What kind of people wind up with mercenaries? [Archive] - Wizards Community

Post/Author/DateTimePost
Radijs

06-22-07, 05:19 PM
I've been mulling a few possible backgrounds for a potential character over in my head and I notice that I keep drifting to the same kind of background over and over.

The general motive of some one who is ex-millitary. It just seems to fit so much in my mind.

But my current character is already a former soldier and I prefer my characters to be original.

So what other kind of people would be attracted to a life at sea as a mercenary? Basically being paid to break things and hurt people.
Nobi

06-22-07, 05:38 PM
Someone who joined the military at an early age; doesn't have many other marketable skills?

Someone who was handed the short-end-of-the-stick by the system. IE, crippled during a war, dishonorably discharged, marked as a traitor when a new regime took charge of a country (Read; French Revolution.)

Someone older who was trained as a fighter, and can't let go even after his service is done. (PTSD, anyone?) He was living an outwardly comfortable life on military pension, but his life just wasn't complete off the battlefield so he joined a mercenary crew.

Perhaps he's still in a fighting job because he needs to support himself, because he wants to hurt the government, because it's the only place he fits in is in a military system, or because he feels an urge to have power and wield physical strength over others.

Just some ideas. Ask if you want more, or refinement.
Radijs

06-22-07, 05:52 PM
Those are good ideas but again a lot of millitary background. And I'm looking for someone who isn't a former soldier.
Murg

06-22-07, 06:32 PM
Life at sea as a mercenary? Sounds a lot like being a privateer, or to a lesser extent, a pirate.

Historically many ordinary sailors became pirates because of low wages and harsh treatment aboard merchant ships. In theory they could have better living conditions and more pay by being pirates (in practice they often ended up dead).

You might want to try searching the internet or wikipedia for info on famous privateers, as that could provide you with some ideas.
Alltat

06-22-07, 08:38 PM
Anyone who feels that they have nothing left to lose, or who needs to lay low for a while could potentially end up in such a career. The former could be a slightly different (and less disgustingly heroic) take to the old "orcs burned down my parents and raped my house", while anyone who is wanted by the government (whether innocent or otherwise) or fleeing from gambling debts would qualify for the latter.
CrimsonDeath

06-22-07, 08:47 PM
Yeah. Orphans, criminals, traitors, refugees, evictees... Any of those folks could wind up going out to sea and learning how to fight.
Radijs

06-23-07, 07:49 AM
Oh I just found it!

"Travel far and wide,
meet interesting lifeforms.
And kill them."

A follower of Malar, a predator, a hunter who wants to see the world and hunt the most interesting species around!
warwinner

06-23-07, 12:24 PM
Maybe this guy is at sea to hunt the famed "sea dragon" or "sea monster"
Oh the glory.And of course the money rich and vain people would pay to get Body-parts to display in their living room
Or maybe he's searching for the wreckage of the "wolf-king", the sunken ship of a lycanthrope pirate.Besides the treasure, he'd have his side-motive, to fulfill the will of malar
Radijs

06-23-07, 01:00 PM
Niiice. Consider that Yoinked!
Alltat

06-23-07, 09:33 PM
It could be that he wants to see the sea for whatever reason, but his reputation or legal 'issues' prevents him from getting any other seafaring work. Or it could just be that he knows how to fight, but knows nothing about sailing, and is unwilling to start his maritime career by swabbing decks or peeling potatoes.
Radijs

06-25-07, 11:03 AM
Well I've made a writeup of the character who starts play as a mid-level druid.
His alignment will be N or NE and this is the bio in its shortened version:

Peredur

He was born on a cold winter in a Dorn village. (Campaign note: The Dorn are a semi-barbaric people who live in the frozen north.)
Every winter he saw the wolves running through his village and he was enthralled by them. As he grows older he learns to hunt like his father who is a trapper. Thats hardly satisfying his bloodlust so he start to learn from a friend of his father who went after bigger game.
Still this wasn't enough. So one winter night when he saw the wolves again he followed them into the woods where he was ambushed by a large black wolf.
This wolf called itself Herne (one of the nicknames of Malar). The wolf asked why he had been following his pack and Peredur said that he wanted to hunt like wolves and be like the wolves.
So Herne brought him along and Peredur lived amongst the wolves learning to hunt.
Eventually Herne began to grow old and Peredur challenges him to a fight so he can become the leader of the pack. They fight for three days and nights before Peredur breaks Herne's maw, kills him and turns his skin into a trophy.
That winter the pack hunts every living thing under the shadow of the mountain but Peredur, who by now has taken the name Rin Winter (Rin: Japanese name meaning cold) Sees that there is no more interesting prey here for him to hunt. So he leaves the pack to travel the world and find more interesting prey.

The full story follows but its in Dutch as a favour to my DM.

Peredur (Rin)

Peredur werd ongeveer 22 jaar geleden geboren in de Dornse wildernis, op een ochtend dat je adem in de lucht kristalliseert en de rijp op de ramen staat en de zon zo scherp op de sneeuw schijnt dat het altijd pijn doet aan je ogen. In een zodanige winter dat de wolven hun angst voor het vuur van mensen overwinnen om op jacht te gaan in de dorpen zelf. Ondanks deze slechte start groeide Peredur vlug op. Maar in zijn jeugd bleven de zware winters komen. En elke winter zag Peredur de wolven weer komen en door het dorp rennen, als zwarte schaduwen in de dikke nachtsneeuw en Peredur keek met bewondering.
Een winter, in zijn achtste levensjaar kwamen de wolven weer. Ze renden door het dorp in achtervolging van een grote kariboe. Voor zijn raam kreeg de roedel het dier te pakken. Een gigantische wolf, bijna zo groot als de kariboe zelf sprong uit de sneeuw naar boven en greep het beest bij de keel. Het bloed spoot ten hemel toen de wolf een homp vlees uit de nek van het dier scheurde. Toen wist Peredur het. Hij wou zelf jagen.
Toen hij op zijn twaalfde op leeftijd kwam begon hij het jagen te leren van zijn vader. Hij vertelde Peredur hoe hij strikken moest zetten en hoe hij de karkassen moest behandelen zodat er niets verloren ging. Maar dit was niet genoeg voor Peredur. Hij wou meer. Hij wou zijn prooi achterna zitten, door de bomen rennen en het bloed proeven voordat de winterse kou het van al zijn smaak zou beroven. Dus hij liet de lessen van zijn vader achter zich en hij ging in de leer bij Bran Nuada de jager. Hij liet Peredur zien hoe je prooi achtervolgde, de val voor het dier zette en toesloeg met boog of speer. Dit bracht meer voldoening. Maar nog steeds zag Peredur elke winter de wolven.

Hoe de wolven joegen was nog steeds als een droom. Ze schoten door de sneeuw alsof deze er niet was. En weer zag Peredur de grote wolf. De roedel had de deur van een schuur opengebroken en ze hadden het karkas van een koe naar buiten gesleept en ze waren het ding vakkundig aan het verorberen. Zo nieuwsgierig als hij was trok Peredur zo stil as hij kon zijn kleding aan, nam hij zijn speer en hij deed de deur open.
Voor hij naar buiten stapte deed hij sneeuw in zijn mond om zijn adem te verbergen en kroop hij zo stil mogelijk naar buiten, richting de wolven.
En daar zat hij in de sneeuw die tot zijn middel reikte te kijken naar hoe de grote wolf en zijn roedel het vlees van de botten scheurden en toen ook de botten lieten kraken tussen hun sterke kaken terwijl de dikke sneeuwvlokken hem langzaam van het zicht onttrokken.
Uiteindelijk besloten de wolven dat er niets eetbaars meer over was en vertrokken weer richting het bos. Peredur, half ingedommeld in zijn sneeuwnest kwam ook in beweging en begon de sporen te volgen tot op een moment de grote zwarte wolf uit de sneeuw omhoog schoot en in een soepele beweging zijn kaken rond Peredur’s hoofd sloot.
Op dat moment dacht Peredur dat hij zou sterven maar de wolf verpletterde zijn kaken niet. Met dezelfde snelheid dat het dier op hem was gesprongen liet hij Peredur los.
“Waarom volgt deze kleine jager mij?” Vroeg de wolf met ontblootte tanden en een laag gegrom wat de extra hint toevoegde welke inhield dat als het antwoord van Peredur niet voldeed hij nog steeds bereid was om de schedel van deze jongen te vermorzelen.
Met een stem, nog trillend van adrenaline en angst antwoordde Peredur:
“Sinds ik in deze wereld kwam zijn deze strenge winters hier. En elk jaar dat ik ouder werd zag ik u en uw roedel door ons dorp rennen en elke keer zag ik dat uw schoonheid en kracht onovertroffen waren. Ik aanbid uw manier van leven en ik wil zoals u zijn. De koning van de winternacht. De zwarte schaduw die de prooi opjaagt, de scherpe sprong die de prooi naar de keel grijpt en de krachtige kaken die het bloed laten vloeien. Spaar mij, neem mij op in uw roedel en leer mij leven!”
De grote wolf zag er even verbaasd uit en toen keerde zijn grijns weer terug.
“Goed mensenjong. Kom met mij mee. Mijn naam is Herne, maar jij noemt mij meester.”
En Peredur volgde Malar diep de bossen in om bij de dieren te leven.

Herne was geen gewone wolf maar een aspect van de god Malar. En Malar nam op deze manier Peredur op in zijn roedel. Vijf lange jaren leefde Peredur bij Herne en de wolven. Herne leerde hem hoe de natuur werkte, leerde hem jagen en gaf hem de krachten die hij waardig vond aan zijn discipel. Tot op een koude winterochtend de wolf Peredur hardhandig wakker maakte.
“Jou tijd samen met mij is nu voorbij mensenjong! Je bent groot en sterk geworden. Nu moet je weg gaan terug naar je eigen roedel!” zei Herne met een luide grom. Maar Peredur wou niet terug gaan. Hij had het goed bij de wolven en had het naar zijn zin.
Maar hij wist waarom Herne hem weg wou hebben. In de laatste vijf jaar was de grote wolf oud geworden en Peredur was jong en sterk. De hele roedel wist dat het zou komen, de dag dat Peredur Herne zou uitdagen en hem zou uitdagen voor het leiderschap van de roedel.
“Nee!” gromde Peredur. “Als jij bang voor mij bent dan moet jij maar weg gaan!”
Herne schreeuwde schuimbekkend van woede. “Je begaat een grote fout mensenjong! Ik ben de alfa. En jij zult je plaats kennen!”
En met een luid geblaf en gegrom sprongen de twee roofdieren op elkaar en vochten ze drie dagen en nachten met elkaar. Allebei even sterk leek en geen van beide bereid om zich terug te trekken ging het door tot het bloed vloeide. Maar uiteindelijk toen de ochtend van de vierde dag in zicht kwam werd Herne moe. Zijn oude lichaam wou niet meer. En met een laatste krachtinspanning greep Peredur de kaken van Herne en brak de man de bek van zijn mentor en werd hij de alfa.
Met een almachtige brul die te horen was in de wijde optrek. Van het kleinste gehucht tot het kasteel van de heer, van de valleien tot te bergtoppen verwierp Peredur zijn naam en nam hij een nieuwe. Rin Winter of Koude winter.
Er wordt nog gesproken over die winter. Die winter die zo koud was dat het vuur in de haard bevroor en welke zo lang duurde dat het leek alsof de lente nooit meer zou komen.
Dat jaar werden bijna alle Dornse dorpen door wolven geplaagd die het vee uit de stallen stal. Zelfs stallen die met grendels afgesloten waren en zelfs jagers die in hun huis werden overvallen door een grote zwarte wolf.

Na dat jaar verliet Rin zijn roedel. Ontevreden met de gemakkelijke prooien vertrok hij om de wereld rond te reizen en meer interessante prooien te vinden.
Zo joeg hij op de zwarte beer van Grünwald, de Slang van Nilu, de Poema van Argunath en zelfs op de gevreesde haai van Zadan.
Daar ging hij aan boord van een schip, de gulle zeemeeuw en voer hij verder naar het zuiden waar hij legendes hoorde van een legendarische piraat die “The Stalker along the shores” werd genoemd. Schijnbaar een weertijger hij zou in zijn tijd honderden schepen tot zinken gebracht hebben en een fortuin aan schatten verzameld hebben. Wie weet was de legende waar, en het jagen op een dergelijke prooi is zo iets moois. De kans op een dergelijke trofee kon Rin niet weerstaan.

Uiterlijk:
Rin heeft een tenger postuur wat hij verbergt met zijn kleding. Op zijn hoofd en rug draagt hij een gitzwarte tooi. Gemaakt van de huid van een grote zwarte wolf, de schedel uitgehold, zo steekt de bovenkaak van het dier uit voor zijn gezicht wat bedekt is met een stoppelbaard. Verder zijn z’n ogen helemaal zwart alsof je in gaten kijkt.
Onder de wolvenhuid draagt hij een zak met daarin zijn verzameling jachttrofeeën. Hij draagt een oude houthakkersbijl met zich mee, vaak over zijn schouder of aan zijn riem. De bijl is oud maar nog duidelijk wel scherp.
BowenSilverclaw1986

06-25-07, 03:47 PM
Radijs, m'n complimenten...
Ik moet zeggen dat ik behoorlijk onder de indruk ben van je uitgewerkte achtergrond van Peredur.
Het helpt natuurlijk wel dat ik zelf een groot liefhebber ben van "wildernis"-types, zoals barbarians, rangers en druids, evenals van characters met dierachtige trekjes, of het nou lycanthropes, druids met de nadruk op wildshape of volgers van een natuur-/wildernis-god zijn :P.
Ik wens je dan ook veel succes en plezier met dit nieuwe character, moge hij een vermaard jager ,beroemd en berucht in alle rijken van zijn wereld, worden.

For all you guys out their that don't speak Dutch, I just complimented Radijs on his full background story.

Greetings, Bowen Silverclaw
Radijs

06-25-07, 03:56 PM
Dank je. But I'll switch back to English for the international audience.

I personally like how it turned out. Especially the part of Malar or rather his Avatar Herne.

Now I just have to finalize his personality and give him a few quirks and I think I'll have a wonderful character to enjoy.